Schrijfdelicten wordt gebruikt aan verschillende juridische opleidingen. Het is een efficiënt en effectief hulpmiddel om teksten te beoordelen op Nederlands taalgebruik.

 

Het boek Schrijfdelicten is in eerste instantie ontwikkeld als feedbackmiddel voor docenten. Het nakijken van teksten van studenten is opeens geen omslachtige klus meer, wanneer je kunt volstaan met zogenaamde ‘taalsleutels’: veelvoorkomende taalproblemen die in dit boekje worden uitgelegd. Bij elk taalprobleem op het gebied van spelling, formulering en interpunctie hoort een code. Het enige wat je als docent hoeft te doen, is de tekst coderen. De student heeft vervolgens de taak om deze codes met behulp van het boekje op te zoeken. Aan de hand van de uitleg en voorbeeldzinnen zou hij/zij vervolgens in staat moeten zijn om de taalfouten te verbeteren.

In plaats van een rode cirkel of een rode streep geven docenten een 'feedbackcode'. De studenten zoeken de code op in Schrijfdelicten en verbeteren hun tekst.

Wij adviseren docententteams met elkaar te oefenen met de codes. Allereerst zou je met elkaar een workshop kunnen organiseren, waarin alle codes worden nagelopen en kort worden besproken: wat is ook alweer inversie, wanneer is er sprake van een contaminatie etc. Ook de belangrijkste spelling- en interpunctieregels kunnen kort aan bod komen.

Wanneer iedereen uit het docententeam zich ‘comfortabel’ voelt met de codes, kan er geoefend worden met een proeftekst, bijvoorbeeld met een adviesbrief die door een student is geschreven (zie voorbeeld). Iedere docent krijgt de tijd om de brief te lezen en te voorzien van codes. Belangrijk is de nabespreking: is iedereen in staat om de tekst te voorzien van de betreffende codes? Komt iedereen tot dezelfde fouten? Zo nee, hoe komt dat en hoe groot zijn de verschillen?

 

Gun elkaar de tijd om te leren werken met de codes en zorg dat de doelen haalbaar blijven. Je zou eerst kunnen volstaan met de hoofdcodes en die per kwartaal gedetailleerder maken, bijvoorbeeld. Vervolgens moet je ook nadenken over de consequenties: bij hoeveel codes is er sprake van een ‘taalalarm’ etc.

 

Je kunt beginnen met de vijf algemene taalsleutels: (en die per periode gedetailleerder maken)

  1. spelling werkwoorden;

  2. spelling naamwoorden;

  3. formulering op woordniveau;

  4. formulering op zinsniveau;

  5. interpunctie.

 

Om studenten vertrouwd te laten worden met de taalsleutels, is het aan te bevelen om ook hen hiermee te laten oefenen: ze kunnen bijvoorbeeld elkaars brieven tijdens een les nakijken en voorzien van codes.

Ook is het handig om de studenten te wijzen op de bijlagen in Schrijfdelicten, die gebruikt kunnen worden als achtergrond/naslagwerk tijdens het schrijfproces.

Contactgegevens

Blotekamperweg 16

3781 PD Voorthuizen

(Josje Kuenen)

06-51614862

josje[at]communicatiereeks.nl

 

 

 

 

 

 

© 2013-2018 by Josje Kuenen. All rights reserved